Proefpersonen ronselen voor dummies

1 juni 2011 | In Marketingpsychologie | door

Om experimenteel onderzoek uit te voeren heb je proefpersonen nodig. Liefst een boel. Logisch, niet? Maar waar haal je die proefpersonen vandaan? Doordat alle studenten en medewerkers hun proefpersonen ronselen in het gebouw van sociale wetenschappen, de thuisbasis van een hoop experimenteel onderzoek, is het vaak lastig om mensen bereid te vinden die je willen helpen met je onderzoek.  Iedereen die ooit experimenteel onderzoek heeft gedaan, zal zich kunnen herkennen in dit dilemma. Gek genoeg heb ik nooit echt last gehad van dit probleem. Lees hier hoe ik moeiteloos aan proefpersonen kwam.


Ook Zimabardo heeft voor zijn klassieke Stanford Prison Experiment proefpersonen moeten vinden.

Na het lezen van ‘Influence’ van Cialdini en ‘The Game’ van Strauss en een paar keer goed opletten op wat ik nou deed, werd het mij een stuk duidelijker waardoor dit kwam. Omdat ik gemerkt heb dat er mensen zijn die veel meer moeite hebben met het vinden van proefpersonen, heb ik hieronder een korte handleiding ‘proefpersonen ronselen voor dummies’ geschreven. Tussenhaakjes staan af en toe de principes die Cialdini beschrijft in zijn boek.

  • Spreek een groepje aan waar iemand bij staat die je kent (en die je niet vervelend vind, of nog beter; aardig!). Die persoon zal doorgaans geïnteresseerd zijn in wat je te vertellen hebt, wat het hele ronselen van proefpersonen gemakkelijker maakt.
  • Begin het gesprek met een vraag waarop ze toch geen ‘nee’ zullen zeggen (consistency). Iets als; ‘hey Piet, zou je mij willen helpen?’. Meestal wil die persoon dat wel, want hij vind jou aardig (linking) of je hebt hem eerder geholpen met bijvoorbeeld een onderzoek (reciprocity).
  • In feite heb je nu nog niks gezegd, alleen de vraag of Piet je wilt helpen. Natuurlijk, omdat je daar uit het niets komt aanlopen met een schema onder je arm, weet Piet en zijn groepje ook wel waar je op uit bent. Doorgaans wordt dit opgevat als iets negatiefs (oh jeej, daar heb je er weer een), maar je kunt hier prima iets positiefs van te maken door er een grapje over te maken. Iets als ‘mooi dat je wilt helpen, ik wil namelijk een bank gaan overvallen’. (Ik gebruikte zelf nooit standaard grappen, die kwamen meestal vanzelf) Door een grapje te maken, zorg je er voor dat mensen minder negatief tegenover jou als proefpersonenronselaar staan. Bovendien betrek je op die manier de ander leden van de groep bij het gesprek.
  • Nu leg je kort uit waarvoor je daadwerkelijk gekomen bent en doe je jouw verzoek. Zorg ervoor dat je dit verhaal ook richt aan de rest van de groep.


Of wat dacht je van Milgram’s experiment?

  • Let hierbij goed op wie van de overige groepsleden de meeste interesse toont in jouw verhaal. Dit wordt je volgende slachtoffer. Dit herhaal je net zolang tot dat je alle personen in de groep hebt gevraagd.
  • Als je het goed doet, dat wil zeggen de eerste twee personen zeggen ja, creëer je social proof voor de daarop volgende personen die je gaat vragen. Deze moet nu wel sterk in hun schoenen staan om nog nee te zeggen tegen je verzoek. Zijn mede slachtoffers hebben immers ook ja gezegd.
  • Het is daarom belangrijk dat je dus niet de groep als geheel vraagt of ze jou willen helpen, maar ieder persoon afzonderlijk. Als je de groep als geheel vraagt, geef je de persoon die wel durft te zeggen dat hij of zij je niet wil helpen de kans om nee te verkopen. Omdat voor de meeste mensen in de groep dit een onzekere situatie is, zullen ze geneigd zijn deze persoon te volgen (social proof), waardoor je het risico loopt om met lege handen te staan. Door de groepsleden één voor één af te gaan, beperk je dit probleem.
  • Veel mensen durven niet rechtstreeks ‘nee’ te zeggen tegen je verzoek. Meestal gebruiken ze een smoesje als ‘ik wil je wel helpen, maar ik heb nu geen tijd’. Jouw reactie is dan; ‘dat geeft niet, ik heb morgen en overmorgen ook mensen nodig’, waarop je jouw overzichtelijke (!) schema voor de komende week te voorschijn tovert (ronsel je mensen met meerdere personen, zorg dan dat je een online inschrijf formulier hebt).
  • Mijn vervolg vraag was dan ‘wanneer kun je wel?’ Dit is een hele gemene omdat ik daarmee het frame heb verdraaid (framing). De vraag die je dan stelt is niet meer óf ze je gaan helpen, maar wanneer.
  • Daarop laat je ze zelf een moment kiezen waarop ze kunnen en laat ze ook zelf hun naam invullen (consistency). Ook al heb je een online formulier (veel onderwijsinstellingen werken met een proefpersonen systeem waarbij ze zich kunnen inschrijven), laat ze nooit wegkomen met de belofte dat ze zich later wel zullen inschrijven. Dat is gewoon een verkapte nee.
  • Met alleen een ja en een inschrijving ben je er natuurlijk nog niet. Je wilt er ook zeker van zijn dat ze gaan komen. Je zult niet de eerste experimentleider zijn die daar voor piet snot zit te wachten. Zorg er daarom voor dat je kleine papiertjes hebt met daarop jouw naam, de naam van je onderzoek, ruimte om de datum en het tijdstip van deelname in te vullen, je telefoonnummer en het aller belangrijkste: de vraag of ze jou willen bellen als ze niet kunnen komen. Stel deze vraag ook nog een keer expliciet en laat ze hierop met ja beantwoorden (consistency). Het resultaat is verbluffend; ik heb mensen gehad die hemel en aarde (of naja, een paar afspraken) hebben verzet om mij alsnog te helpen met mijn onderzoek.

Wil je het jezelf nog makkelijker maken? Ga dan eens onderzoek uitvoeren bij een willekeurige andere faculteit. Die studenten zijn niet gewend aan tig onderzoekjes per week en vinden het daadwerkelijk nog leuk om mee te werken aan je onderzoek. Ben je een vrouw? Ga dan naar een technische faculteit en gebruik je charmes. Ben je een man? Ga dan naar de literatuur faculteit en gebruik je charmes.

Dan nog een laatste noot: gij mag bovenstaande alleen gebruiken als gij anderen ook zult helpen met hen onderzoek. Het is mooi om veel mensen te regelen voor je onderzoek, maar besef wel dat je met bovenstaande gewoon keihard mensen aan het manipuleren bent. Voor wat hoort wat (reciprociteit)!

Ik hoop dat jullie er iets aan hebben. Ik ben ook erg benieuwd naar jullie ervaringen, zouden jullie die hieronder met ons willen delen?

Succes!

Joren van Dijk

Over de auteur

Joren van Dijk is omgevingspsycholoog. Hij probeert de psychologie van fysieke dingen te ontrafelen en te gebruiken in de dagelijkse praktijk.

Tags: , , , , , ,


1 reactie op “Proefpersonen ronselen voor dummies

  1. Mooi stukje Joren!

    Mocht je een medisch onderzoek (klinisch onderzoek) uitvoeren gaat ‘ronselen’ nog een stuk makkelijker via onze site http://www.Proefpersonen.nl – voor universiteiten is werving namelijk gratis. Scheelt een hoop psychologische trucs ;)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

GRATIS E-BOOK!

training schrijven voor meer conversie

Informatie